Drie jubilarissen op de binnenplaats achter
het kantoor: v.l.n.r. Hendrik Prinssen,
Willem Metsemakers en Max Bittner (foto 1931).
Brief van collega Michael Maarschalkerweerd
Pijpenmakerij (eerste helft 20ste eeuw)
Prijslijst van orgelonderdelen (ca. 1900)

Verschueren Orgelbouw

In 1891 richtte Leon Verschueren (1866-1957) in Heythuysen een orgelmakerij op. Aanvankelijk werden orgelonderdelen vervaardigd voor collega’s, maar al spoedig ging men in de orgelmakerij over tot de bouw van complete instrumenten. De eerste orgels werden nog volgens het mechanisch systeem gebouwd, enkele jaren later gevolgd door orgels met pneumatische tractuur.

Van 1904 tot 1955 was de Zuid-Duitse orgelmaker Max Bittner in de orgelmakerij werkzaam. Hij introduceerde Duitse laat-romantische principes, die o.m. herkenbaar zijn in de orgels te Velp en Gulpen.

Vanaf de jaren 1920 waren maar liefst vier zonen van Léon I werkzaam in de orgelmakerij. Léon II (1903 - 1986) werd verantwoordelijk voor de algemene leiding. Emile (1909-1985) leidde het filiaal in Tongeren (B). Ton (1911-1972) nam vanaf 1946 de boekhouding en overzee-export onder zijn hoede. Frans (1914-1986) gaf leiding aan de pijpenmakerij en intonatie-afdeling.

Rond de Tweede Wereldoorlog deed de invloed van de ‘Orgelbewegung’ zich gelden. De invloed is duidelijk herkenbaar in veel Verschueren-orgels die in de jaren 1930 en 1940 tot stand kwamen. Volgens die principes is ook het grootste orgel van het huis Verschueren in de Catharinakerk in Eindhoven (IIIP, 76 registers) gebouwd.

In de periode 1948-1969 werkte de Franse intonateur Henri Grados (opgeleid bij Cavaillé-Coll/Convers) jaarlijks enkele maanden in Heythuysen. Als direct gevolg daarvan werd ruime ervaring opgedaan met tongwerken in Franse faktuur.

Vanaf 1953 worden opnieuw mechanische orgels vervaardigd in Heythuysen en in de jaren ’60 ontstaan instrumenten met een neo-barok karakter in o.a. De Lier, Vredeskerk (1966), Krefeld, Liebfrauenkirche (1966), Den Haag, Laakkerk (1967) en Maastricht, Johannes Bosco-kerk (1967).

Van 1977 tot 2010 werd de orgelmakerij geleid door de derde generatie Verschueren in de persoon van Léon III, zoon van Frans Verschueren. Onder zijn leiding werd aansluiting gezocht bij principes van de historische orgelbouw. Op basis van restauraties van orgels in o.a. Helmond en Gronsveld werden nieuwe instrumenten in historiserende stijl ontwikkeld. Vanaf medio jaren ’80 werden prestigieuze instrumenten gerealiseerd in Nederland, België, Duitsland, Finland, Italië, Noorwegen, Oostenrijk en Zweden. Verschueren Orgelbouw Heythuysen B.V. staat bekend als een toonaangevende en internationaal opererende orgelmakerij. H.M. Koningin Beatrix heeft dit bij gelegenheid van het 100-jarig bestaan onderstreept door de toekenning van het predicaat ‘Bij Koninklijke Beschikking Hofleverancier’.

Sinds 1 november 2010 is de eigendom van de orgelmakerij overgedragen aan de "Stichting Verschueren Orgelbouw Heythuysen". Sinds die datum is Johan Zoutendijk aangesteld als statutair directeur en wordt bij de organisatie en ontwikkeling van de orgelmakerij ondersteund door een managementteam. Men kan rekenen op de inzet, betrokkenheid, kennis en kunde van het hele team. Verschueren Orgelbouw Heythuysen B.V. levert maatwerk en staat garant voor kwaliteit, vakmanschap en know-how.

Hofleverancier

Hofleverancier

Het predicaat Hofleverancier is in 1815 ingevoerd door Koning Willem I en is samen met het predicaat Koninklijk (1806) één van de oudste Koninklijke onderscheidingen van ons land. Dit predicaat geeft bedrijven het recht om het Koninklijk Wapen te voeren, met de toevoeging “Bij Koninklijke Beschikking Hofleverancier”.

Hare Majesteit de Koningin kan het predicaat Hofleverancier toekennen aan kleine en middelgrote Nederlandse ondernemingen die een vooraanstaande plaats innemen in de regio en in de branche. De bedrijven moeten minimaal honderd jaar oud zijn en de ondernemer(s) van onbesproken gedrag. Op dit moment mogen 383 bedrijven zich Hofleverancier noemen.

De toekenning van het predicaat Hofleverancier is een prerogatief van de Koningin en is in 1987 (opnieuw) geregeld in een Koninklijke Beschikking. Het recht wordt toegekend voor een periode van ten hoogste 25 jaar, waarna de gerechtigde aan Hare Majesteit de Koningin bestendiging kan vragen. Een (voorafgaand) verzoek om bestendiging is ook nodig, wanneer het eigendom of de feitelijke structuur van de gerechtigde veranderen. Toekenning vindt in de regel plaats ter gelegenheid van een bijzonder jubileum, bijvoorbeeld bij het 100, 125 of 150-jarig bestaan of bij een zeer bijzondere gebeurtenis in het bedrijf. De aanvraagprocedure start minimaal een jaar vooraf bij de burgemeester van de plaats waar de ondernemening is gevestigd.