Sittard

Opus 1116Na diverse omzwervingen en verbouwingen is het instrument in 1955 in Sittard geplaatst. Bij die gelegenheid werd het gerestaureerd en, vanwege de opstelling op de begane grond, van een nieuwe  onderkast voorzien. De afgelopen jaren verkeerde het instrument in matige conditie en om die reden werd een grondige restauratie wenselijk. Daarbij is de oorspronkelijke toestand als uitgangspunt genomen, met dien verstande dat opnieuw een onderkast, maar nu in stijl aansluitend bij het werk van Assendelft, werd vervaardigd. De bovenkast, windlade en het pijpwerk werden zorgvuldig gerestaureerd. Ontbrekende delen werden in stijl bijgemaakt. Dat gold ook voor de mechanieken, de claviatuur en de windvoorziening. De dispositie werd op basis van het aanwezige pijpwerk en het oude pijprooster hersteld. Op twee oorspronkelijk onbezette plaatsen op de windlade werden een Quint en een Mixtuur naar voorbeeld van Assendelft vervaardigd.

Het snijwerk aan het meubel werd gecompleteerd door G. van den Dikkenberg (Veenendaal), het schilderwerk werd verzorgd door de fa. Druncks (Roermond).

De restauratie/reconstructie werd uitgevoerd onder advies van Rogér van Dijk (KKOR) en Wim Diepenhorst (Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed).