Mönchengladbach-Rheydt, Hauptkirche

Opus 1118Het uit 1904 daterende instrument is een van de weinige Sauer-orgels uit het Rheinland die in belangrijke mate bewaard gebleven zijn.
Dankzij de restauratie die in 1984 door orgelmakerij Karl Schuke uit Berlijn werd uitgevoerd is de oorspronkelijke aanleg bijna geheel hersteld. De pneumatische bediening was kort na de oorlog voor een belangrijk deel door een elektrische vervangen. In 1984 besloot men de elektrische bediening te handhaven, maar wel de speeltafel te vervangen.
De reconstructie van het pijpwerk werd op elders bewaarde Sauer-orgels en nog aanwezige sporen gebaseerd. Al snel na de restauratie rezen er vragen over de klankgeving. Vooral de klank van de nieuwe registers versmolt matig en de intonatie van sommige van deze nieuwe registers week daarnaast sterk het historische voorbeeld.Vooral dankzij de recent uitgevoerde restauraties kwam er steeds meer vergelijkingsmateriaal beschikbaar. 
Daarop besloot het kerkbestuur, dat in de afgelopen decennia grote inspanningen leverde om het imposante kerkgebouw te herstellen, de herintonatie van het orgel aan Verschueren Orgelbouw op te dragen. Bij de herintonatie, die enkele weken in beslag nam, werd aan alle registers aandacht besteed om het karakter om te buigen naar de uitgangspunten van Sauer. In dat kader golden de maten van kernspleten, voetgat en opsnede van het Sauer-orgel in Dortmund-Dorstfeld als referentie.
De tongwerken werden in onze orgelmakerij gerestaureerd en de belering van de kelen werd voor een deel vervangen. Het resultaat is in alle opzichten geslaagd te noemen. De versmelting van de registers onderling is veel verbeterd en de terassendynamiek werkt overtuigend. De klank van de tongwerken versmelt naadloos met die van de grondstemmen. Daarnaast hebben de soloregisters, waaronder in het bijzonder de overblazende fluiten, aan karakter gewonnen.