Tarragona, Kathedraal

Opus 1117Een nieuw orgel in de kathedraal van Tarragona

In de jaren 1562 tot 1567 bouwden Salvador Estada en Perris Arrabassa een orgel voor de kathedraal van Tarragona. De orgelkast werd door Jeroni Sanxo en Perris Ostris vervaardigd naar een ontwerp van Mn. Jaume Amigó. Dit instrument ging na diverse verbouwingen geheel verloren; alleen het schitterende meubel bleef bewaard. Verschueren Orgelbouw kreeg de opdracht om in deze historische orgelkast een nieuw instrument te bouwen. Bewust werd afgezien van een nogal hypothetische reconstructie of een compromisorgel. In plaats daarvan werd aansluiting gezocht bij de connectie die in vroeger eeuwen tussen de Zuidelijke Nederlanden en het Iberisch schiereiland bestond. Vooral in de 16de en 17de eeuw waren er immers intensieve contacten tussen musici en muziekinstrumentenbouwers over en weer.
De kennis die de afgelopen decennia vergaard werd bij de restauratie van historische orgels en de bouw van nieuwe instrumenten werd aangewend bij de bouw van het nieuwe orgel in Tarragona. Daarnaast werd onderzoek gedaan aan diverse orgels in binnen- en buitenland en werden diverse bronnen bestudeerd. Het nieuwe orgel is geen stijlkopie, maar een nieuw instrument dat geïnspireerd is op historische ideeën en uitgangspunten.

 

 

Opbouw van het orgel en orgelkast

Er is geen sprake van een echte orgelkast die het instrument omhult, maar alleen van een orgelfront dat in de laatste travee voor het transept langs de muur van het schip is opgesteld. In de balustrade is de orgelkast van het Cadireta geplaatst. De afmetingen en de frontindeling van de historische orgelkasten waren bepalend voor de opbouw van het nieuwe orgel. Het nieuwe orgel is opgebouwd op een grenen lagerwerk dat achter het historische orgelfront is opgebouwd. 

Centraal in de hoofdkast, ter hoogte van de voeten van de frontpijpen, bevinden zich de twee windladen van het Organo Major. De grootste pijpen van de Flautat major zijn met conducten naar de zijvelden afgevoerd. Met het oog op een directe uitstraling van de klank werden de windladen van het klein pedaal, met alle pedaalregisters van 8’ lengte of kleiner, achter deze 16’ frontpijpen opgesteld.
Het Orgue de dalt bevindt zich boven het Hoofdwerk, centraal in de kast. Vanwege de beperkte diepte van de orgelkast is het pijpwerk verdeeld over een onder- en een bovenlade (naar analogie van Noord-Nederlandse voorbeelden en de Brebos-orgels in het Escoriaal). Het Cadireta is achter de rug van de organist in een afzonderlijke orgelkast in de balustrade ingewerkt.
De Contrabaix en de Bombarda van het pedaal (beiden met volledige 16’ lengte) zijn ter hoogte van het Cadireta in een nis achter het eigenlijke orgel geplaatst. Achter het ‘groot pedaal’ is de balgenstoel met vier grote spaanbalgen opgesteld.
Het bekronende orgelfront bovenop de eigenlijke orgelkast heeft klaarblijkelijk altijd uitsluitend een decoratieve functie gehad.

De orgelkast is van luiken voorzien. Ze werden ten tijde van de bouw van het orgel beschilderd de Italiaanse schilder Pietro Paolo da Montalbergo. Deze luiken zullen pas na restauratie weer aan de orgelkast bevestigd worden. In gesloten toestand bedekken deze luiken het front van het Organo major. Voor de frontpijpen van het Cadireta en het (stomme) bovenwerk waren beschilderde doeken aangebracht die als rolgordijnen op- dan wel afgerold konden worden.
De orgelkast werd op locatie gerestaureerd door Jesús Mendiola en Emma Zahonero.

 

Uitgangspunten voor het concept

Het Organo major is opgevat als een omvangrijk prestantenkoor. Dat idee refereert aan de historie van het orgel en de orgeltraditie uit de 16de en 17de eeuw. De samenstelling van de diverse mixturen is zodanig gekozen dat een groot aantal plenumregistraties kan worden samengesteld. Het repeterende tertskoor van de Alemanya kan afzonderlijk aan het plenum worden toegevoegd. De dispositie van het Organo Major is uitgebreid met een Espigueta, een Corneta en een Trompeta Real. De deling van de Corneta kan naar wens worden afgestemd op de gebruikelijke deling c’/cis’ of de in Catalonië gebruikelijke op h/c’.
Het Organo de dalt beschikt over een rijk scala aan voethoogtes van zowel prestant- als fluitregisters. Dat biedt perspectieven voor allerlei geraffineerde klankcombinaties voor zowel meerstemmig als solistisch gebruik. De beide tongwerken laten zich gemakkelijk combineren met de labialen.
Het Cadireta beschikt over zowel een prestantenkoor, met de Bordó aan te vullen tot een ‘petit plein jeu’, als over een ‘cornet décomposé’. De Cromorne vult het ensemble aan.
Een volledig uitgebouwd zelfstandig pedaal biedt mogelijkheden voor de uitvoering van een omvangrijk deel van de klassieke Duitse en Franse orgelliteratuur. Voor de mensuren en constructiedetails werd aansluiting gezocht bij registers van de manualen.
Aan de dispositie van het Organo major werd een Trompetteria toegevoegd. De mensuren zijn gebaseerd op van een vergelijking met het werk van Jean-Pierre Cavaillé (de grootvader van de beroemde Aristide Cavaillé-Coll). De orgels van zijn hand vertonen belangrijke overeenkomsten met de Frans-klassieke stijl, net als instrumenten die wij leerden kennen uit de Luikse traditie. De ‘Regalies’ zijn ontleend aan een beschrijving van Mariano Tafall.

Het metalen pijpwerk is overwegend van metaal met een samenstelling van 23% tin vervaardigd. Voor de frontprestanten en de bekers van de meeste tongwerken werd een alliage van 80% tin toegepast. De platen orgelmetaal zijn met de hand uitgedund.

De makelij en mensuur van de tongwerken sluit aan bij historische voorbeelden uit de Zuid-Nederlandse traditie. De tongwerken hebben gedreven snavelkelen. Voor de Bombarda werden houten bekers en kastjes toegepast.

 

Technische aanleg van de onderdelen

Het binnenwerk is bevestigd op een lagerwerk van grenen balken. Het binnenwerk is toegankelijk met behulp van loopplanken en ladders die allen van massief hout vervaardigd zijn.

Achter het orgel zijn vier grote spaanbalgen in een balgenstoel opgesteld. Deze blaasbalgen kunnen zowel met de voet bediend, als met een ventilator van wind voorzien worden. De windkanalen zijn van grenenhout. Afgevoerde pijpen worden gevoed met behulp van conducten van orgelmetaal of vervoersstokken van grenenhout.

De windladen zijn van eikenhout vervaardigd en als sleepladen uitgevoerd. De cancellenramen zijn bekleed met platen van kruislings verlijmd hout. In de windladen van hoofdwerk en pedaal zijn dubbelventielen aangebracht om de onderlinge beïnvloeding van registers te beperken.

De toetsmechanieken zijn overwegend als hangende tracturen uitgevoerd. De wellenborden zijn van eikenhout, de abstracten van fijn rechtdradig grenenhout en het draadwerk is van messing vervaardigd. Voor het Cadireta is een stekermechaniek aangebracht. Haakse overzettingen worden met behulp van winkelbalken met eiken winkeltjes gerealiseerd.

De klavieren zijn uitgevoerd als staartklavieren. De toetsen zijn belegd met buxus en ebben (semitoetsen). De frontons zijn met perkament beplakt. De registerknoppen zijn van notenhout gedraaid en ter weerszijden van de klavieren aangebracht. De registernamen zijn in het Catalaans gespeld en op perkament gecalligrafeerd.

Tenslotte

Het nieuwe orgel is de vrucht van een creatief proces. Hoewel uitgangspunten van de historische orgelbouw gevolgd werden is het geen stijlkopie, maar een nieuw Verschueren-orgel. Bij de totstandkoming is ernaar gestreefd een coherent concept te realiseren dat geen inbreuk doet op de uitstraling van de schitterende historisch orgelkast. Het project kwam in nauw overleg met de adviseurs Hans van Nieuwkoop, Wim Diepenhorst en Jordi Vergés i Riart tot stand. Het project kreeg een belangrijke impuls dankzij een schenking van Mr. Jaume Costa en Mrs. Rosa Pallejà.

 

                                                                                                              Verschueren Orgelbouw Heythuysen B.V.

                                                                                                              Johan Zoutendijk